Kwijt

De ceintuur die bij mijn jas hoort, was weg toen ik gisteravond thuis aankwam. Onderweg verloren. Daar baalde ik behoorlijk van. Niet alleen omdat ik nooit meer zo’n zelfde ceintuur zal vinden, maar ook omdat het niets voor mij is, dingen kwijt raken. In welk stadium van aftakeling ben ik nou weer beland dat kledingstukken kunnen zoekraken terwijl ik ze draag? Ik was vanochtend nog niet heel lang onderweg toen ik hem terugvond: hij lag op straat. Helemaal verregend, door vele auto’s en fietsers overreden en een beetje modderig, maar niets wat de wasmachine niet kan oplossen. De dag had niet beter kunnen beginnen.

Kofferbak

Ik hoorde een keer iemand praten over ‘De Groentejuwelier’. Ik vroeg me toen af of dat een grappig bedoelde term was voor een hele luxe groentezaak in Amsterdam Zuid, of dat er echt een winkel is die zo heet. Ik heb er daarna nooit meer aan gedacht tot vandaag.  Ik reed langs een man die de kofferbak van zijn glimmend zwarte dure Audi opendeed. Er lag alleen een doosje in met een stuk of vijf pomelo’s, van die gigantisch grote grapefruitachtige citrusvruchten. De Groentejuwelier bestaat, en dit was de bezorgdienst.

Amsterdam

Omdat ik ’s avonds nog plannen had buiten Amsterdam, moest ik met het OV vanochtend. Ik liep over de Spiegelgracht langs een aannemersbusje dat half op de stoep was geparkeerd waar twee mannen spullen uit haalden. Een fietser reed, om volstrekt onduidelijke redenen, over de stoep rakelings langs de mannen. Een van de mannen schreeuwde hem keihard: ‘LUL!!’ in zijn gezicht, waarna hij mij zag en een eveneens diepgemeend: ‘goedemorgen!’ zei. Dat maak je echt alleen in Amsterdam mee.

Zwembad

Elke vrijdagochtend zwem ik heen en weer in het Sloterparkbad. In dit zwembad zijn de douches direct naast het zwembad. En aangezien er vrij weinig te zien is behalve wat tenenkrommende motivatieposters omdat Team NL ook in dit bad traint (‘Winnen doe je samen!’), dwaalt mijn blik regelmatig af naar mensen die daar staan te douchen. Sommige mensen hebben echt een Spartaanse manier van hun haar wassen. Ik weet nog heel goed hoe vreselijk ik het vond als mijn haar gewassen moest worden toen ik klein was. Voor mijn gevoel werd de shampoo daarbij altijd direct in mijn ogen gegoten. Sinds ik over voldoende motorische vaardigheden beschik om mijn eigen haar te wassen, zorg ik daarom dat ik altijd mijn hoofd achterover houd, zodat de shampoo nooit in de buurt van mijn ogen komt. Ik weet nu dat deze techniek niet bij iedereen bekend is. Ik zie daar mensen met hun hoofd voorover en hun hele gezicht schuimend van de shampoo hun haar woest inmasseren. Dan ben ik bijna geneigd om naar ze toe te lopen en ze bij hun schouder te pakken en te zeggen: ‘je hoeft niet zo te leven, maak het jezelf niet zo moeilijk’. Maar aan de andere kant: je kan natuurlijk niet iedereen redden.

Saai

Het is de oplettende lezer wellicht opgevallen dat ik minder berichtjes op mijn website zet. Dat klopt. Ik zal het maar eerlijk bekennen: nu ik minder lang hoef te fietsen, en een andere route neem, zijn mijn fietstochten ontzettend saai en voorspelbaar geworden. Ik fiets elke dag door het Vondelpark, dat er nu prachtig herfstig bij ligt. Hordes jonge vrouwen zijn daar monter aan het joggen, de bewoners van Amsterdam Zuid laten er hun honden uit en jonge ouders met een slaperig hoofd lopen stuurs achter kinderwagens. Vervolgens fiets ik door de PC Hooftstraat, waar ik word afgesneden door mannen in dure auto’s, en dan kom ik langs het rijksmuseum, waar toeristen in kleine groepjes verward rondstruinen. Het is elke dag hetzelfde.

Schaamte

Ik zie de laatste tijd reclames in abri’s die me verontrusten. Het zijn posters met teksten als: ‘zappend op de bank met een MacFlurry’ of ‘In bad met een Bic Mac’. Zijn we nu definitief de schaamte voorbij? Of is het een contra-revolutionaire beweging tegen reclames met afbeeldingen van personen die knapper en slanker zijn dan menselijk mogelijk?
Ik geloof dat ik zelf toch liever naar een vrouw die veel knapper is dan ik, dan dat ik word herinnerd aan een deel van mezelf waar ik me eerder voor schaam. Al netflixend ijs eten is maar een kleine stap verwijderd van in je eentje thuis dronken worden en huilen onder de douche. Laten we dat lekker voor onszelf houden.

Sjaal

Ik stond bij een stoplicht naast een man die een blauwe sjaal om had. Ik zag dat de sjaal wat blauwe pluisjes had afgegeven in het haar van zijn nek. Ik vroeg me af wat er zou gebeuren als ik naar hem toe zou buigen en met mijn vingers de pluisjes voorzichtig weg zou halen. In welke categorie zou die man mij dan plaatsen? Zou hij denken dat ik een verwarde vrouw was en zou hij kwaad tegen me gaan schreeuwen? Of zou hij gevleid zijn en het als een versierpoging zien?  Of zou hij het gelaten over zich heen laten komen omdat ik op een leeftijd kom dat ik een moeder-achtige vibe over me heen krijg? Tijdens dit soort overpeinzingen ben ik vooral heel blij dat ik al heel lang gelukkig getrouwd ben. Dat ik er goddank niet meer mee bezig hoef te zijn hoe ik op mannen overkom. Die pluisjes heb ik uiteraard lekker laten zitten.

Gastcolumn van mijn man

Al maanden hoor ik van mijn vrouw wat voor inspirerende plek de pont naar Noord is. De observaties, de gebeurtenissen, de romantiek van het overvaren. Vandaag was het mijn beurt, ik moest in Noord zijn voor een lezing. De heenweg, rond half zes, was zoals elk spitsuur gewoon druk en vervelend. De oversteek terug was fantastisch. In een hoek stond een groepje Italiaanse toeristen met twee flessen Martini waar ze flink aan lurkten. Twee jongens in joggingbroek op een skateboard dronken koffie uit groene porseleinen kopjes. Er stond een fitte vijftiger met een grote grijns te tranen naast zijn fiets. Iemand draaide met een verveelde blik stampende dance en een gezelschap van studenten was duidelijk te enthousiast om nuchter te zijn. Het was negen uur en de pont was nu al een slagveld van de avond die nog moest beginnen.

Lantaarnpaal

Ik zag op het Max Euweplein een man bijna vallen met de fiets omdat hij te dicht tegen een stoeprand aan reed. Hij keek kwaad achterom, alsof hij verwachtte dat daar een persoon stond die hem had geprobeerd pootje te haken. Maar hij had zelf niet opgelet. Ik ken het gevoel. Als klein kind ben ik een keer tijdens de avondvierdaagse ongenadig hard tegen een lantaarnpaal opgelopen. Ik lette niet op. Ik weet niet meer wat ik aan het doen was, misschien haalde ik net een Fruittella uit mijn buideltasje, of ik ging helemaal op in het zingen van ‘het hondje van de slager’, maar opeens was er een klap, pijn, en de totale verbijstering dat ik een lantaarnpaal volledig over het hoofd had gezien. En dan de kracht van schaamte die, hoeveel pijn je ook hebt, er toch voor zorgt dat je lachend verder loopt in de hoop dat niemand anders het zag.

Snuiten

Als er iets is dat ik echt onbeschrijflijk goor vind, zijn het mensen die hun neus snuiten (uitblazen) op straat in plaats van in een zakdoek. Daar griezel ik van. Ik haalde een man in op het moment dat hij dat aan het doen was, gelukkig deed hij dat wel naar rechts dus liep ik geen direct gevaar. Maar hij had wel een kind achterop. Nu heb ik geen natuurkunde gestudeerd, en heb ik geen idee hoe je dit soort dingen berekend, maar het lijkt mij dat door de snelheid van het bewegen in combinatie met de wind, er toch een vrij grote kans bestaat dat de persoon die bij je achterop zit in deze situatie geraakt kan worden. De dingen die je als kind maar machteloos over je heen moet laten komen. Huiveringwekkend.